
Sommige vrouwen kunnen precies benoemen wanneer het begon. Anderen kunnen er juist
de vinger niet op leggen. Je merkt alleen dat je anders reageert dan vroeger.
Je bent sneller geprikkeld, hebt minder rek in je dag, en dingen die je eerder zonder moeite
deed, kosten nu merkbaar meer energie. Soms voel je je gespannen zonder duidelijke
aanleiding. Op andere momenten ben je vooral moe, maar niet echt rustig.
Wat ik in de praktijk vaak zie, is dat er dan vooral verwarring ontstaat over wat er precies
speelt.
Het voelt als stress in je systeem, maar het reageert niet meer zoals je gewend bent op rust,
slaap of ontspanning. Het stresssysteem in je lichaam — ook wel de HPA-as genoemd
(hypothalamus-hypofyse-bijnier-as) — regelt hoe je lichaam reageert op belasting en
spanning. Via onder andere cortisol en het autonome zenuwstelsel wordt voortdurend
afgestemd wat er van je gevraagd wordt en hoe je daarop reageert: werk, zorg, prikkels en
mentale druk.
Tegelijkertijd verandert in deze levensfase ook de hormonale aansturing, met name via
oestrogeen en progesteron. Deze hormonen hebben normaal gesproken geen “remmende”
functie op zichzelf, maar ze helpen wél om de stressreactie en het zenuwstelsel in balans te
houden en beter te laten schakelen tussen activiteit en herstel.
Wanneer die hormonale basis verschuift, wordt het stresssysteem gevoeliger. Niet per se
“overactief” in absolute zin, maar minder goed gedempt. Kleine prikkels kunnen dan groter
binnenkomen. Je herstelt minder snel van spanning. En het verschil tussen “aan” en “uit”
wordt minder duidelijk.
Daardoor kan iets ontstaan wat veel vrouwen herkennen: je leeft in een soort middenstand.
Niet echt ontspannen, maar ook niet volledig opgejaagd — eerder continu een lichte
activatie in je systeem. Alsof je lichaam niet helemaal meer terugschakelt.
Wat het lastig maakt, is dat dit niet één oorzaak heeft. Het is geen puur stressprobleem,
maar ook geen puur hormonaal probleem. Het is de interactie tussen beide systemen die
verandert. En juist die interactie bepaalt hoe je je voelt in je dagelijkse leven.
In die fase helpt het vaak niet om alleen naar ontspanningstechnieken of rustmomenten te
kijken. Niet omdat die geen waarde hebben, maar omdat ze niet altijd diep genoeg ingrijpen
op hoe het systeem zelf reageert op belasting.
Binnen de fytotherapie kijk ik in zulke situaties daarom niet naar één klacht, maar naar het
patroon: hoe reageert je lichaam op prikkels, hoe herstelt het daarna, en waar blijft het
systeem als het ware “hangen”. Planten kunnen in dat geheel ondersteunen door invloed te
hebben op stressregulatie, zenuwstelsel en hormonale balans — niet als losse ingreep, maar
als ondersteuning van die onderliggende dynamiek.
Het is vaak pas wanneer je dat bredere beeld gaat zien, dat duidelijk wordt waarom het
gevoel van “niet meer mezelf zijn” zo aanwezig kan zijn in deze fase.
Als dit voor jou herkenbaar is, kan het helpend zijn om samen te kijken naar de
ondersteuning die voor jou passend is.





